dinsdag 7 januari 2014

Trager lezen door dyslexie

Leesprobleem door ‘woordblindheid’


Voor sommige mensen is het verschil tussen drop en dorp lastig te onderscheiden. En ook de klanken eu, u en ui kunnen ernstig veel op elkaar lijken. Als lezen, spellen en schrijven moeizaam gaan en veel energie kosten, kan het zijn dat u dyslexie hebt. 

Dyslexie wordt ook wel woordblindheid genoemd en betekent letterlijk ‘niet kunnen lezen’. De Griekse term dys en lexis staan respectievelijk voor niet goed kunnen functioneren en taal of woorden. Bij mensen met dyslexie gaat lezen, spellen en schrijven veel te moeizaam, terwijl je wel een gemiddelde intelligentie hebt. Alleen als er geen sprake is van andere oorzaken die de leesproblemen kunnen verklaren, spreken we van dyslexie.

Lezen

Mensen met dyslexie hebben een stoornis in het technisch lezen, niet het begrijpend lezen. Dyslexie kan het begrijpend lezen wel belemmeren. Bijvoorbeeld als het technisch lezen veel aandacht en energie vraagt.
Ook het vlot leren lezen gaat minder soepel. De meeste kinderen met dyslexie leren lezen, maar meestal blijven ze trager. Daarbij zijn ze vaak sneller afgeleid dan de gemiddelde lezer en kost het meer energie. Ook dit gaat ten koste van het begrip.

Oorzaak

De precieze oorzaak van dyslexie is nog onbekend, maar er zijn wel een aantal theorieën. Zo is het mogelijk dat er iets mis is in de aanlag van de hersenen, waardoor de linker hersenhelft zich langzamer ontwikkelt dan de rechter helft. Een andere mogelijkheid is dat de informatieverwerking in de hersenen niet snel genoeg verloopt. Een derde theorie betreft een verlaagde hersenactiviteit in de gebieden voor woordherkenning en -analyse.
Het is duidelijk dat mensen met dyslexie problemen hebben met de fonologische verwerking van taal en het snel benoemen van woorden. Het zou dan ook goed kunnen dat u bij dyslexie minder goed in staat bent om klanken aan schrifttekens te koppelen, waardoor u klankcodes ook niet goed opslaat in het geheugen.
Met zekerheid kan worden gesteld dat dyslexie in grote mate erfelijk bepaald is. Een kind dat een ouder heeft met dyslexie, heeft 40 tot 50 procent kans er ook aanleg voor te hebben. Bij twee dyslectische ouders ligt dit percentage rond de 80 procent.

Diagnose

Dyslexie komt bij ongeveer 4 procent van de Nederlanders voor. Meestal wordt de diagnose bij kinderen gesteld. Drie keer zo vaak bij jongens als bij meisjes.
Over het algemeen wordt dyslexie herkend doordat er sprake is van een hardnekkig probleem bij het aanleren en vlot toepassen van het lezen en spellen op woordniveau. De leesproblemen vallen vooral op bij het hardop lezen.
Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben:
  • om het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
  • om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij 'dorp' en 'drop' of '12' en '21'
  • om de aandacht te houden bij gesproken woord
  • met het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels
  • met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes
  • met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en jaartallen

Behandeling

Aangezien dyslexie een hersenaandoening is, houdt het niet op als u ouder word. Ook is er geen behandeling of therapie bekend, waarmee het probleem volledig kan worden opgelost. Dyslexie kan echter wel voor belemmeringen in het onderwijs zorgen of leiden tot sociaal-emotionele problemen, dus het is belangrijk dat een kind op school hulp krijgt.
Er bestaan diverse regelingen en voorzieningen waar u gebruik van kunt maken. Voorbeelden zijn gesproken schoolboeken of speciale examenfaciliteiten. Op de website van het Steunpunt Dyslexie vindt u een overzicht van de mogelijkheden.

Gedragsproblemen

Bij mensen en kinderen met dyslexie is geen sprake van luiheid of gebrek aan intelligentie. Wel is het zo dat dyslexie niet alleen problemen geeft bij taal, maar bij alles waar veel lezen aan te pas komt.
Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat dyslexie vaak voorkomt in combinatie met andere leerstoornissen (dyscalculie), aandachtstoornissen (ADHD), motorische stoornissen (DCD) en spraak- of taalstoornissen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen