vrijdag 7 maart 2014

Onderzoekers zitten dyslexie op de hielen


Een interdisciplinair onderzoeksteam van de KU Leuven heeft ontdekt waar het precies fout loopt in de hersenen van mensen die te kampen hebben met dyslexie. Het onderzoek veegt de gangbare theorie daarover van tafel.

Mensen met dyslexie hebben moeite met lezen en spellen. De aandoening wordt veroorzaakt door een erfelijke stoornis in de hersenen. Zo’n 10% van de kinderen en volwassenen wereldwijd wordt hiermee geconfronteerd. 
De meeste talen worden weergegeven in geschreven tekens: bij alfabetische schriftsystemen staan de symbolen voor aparte klanken. Kinderen leren lezen en schrijven door de link te leggen tussen het symbool en de klank waar het voor staat. Om deze link te kunnen leggen is het belangrijk om inzicht te hebben in de klankstructuur van de taal. Daar gaat het mis bij mensen met dyslexie: zij hebben veel minder voeling met de klankstructuur van een taal. Maar in welk deel van de hersenen loopt het dan precies fout?
De weergave van klanken in de hersenen
De onderzoekers gingen na hoe specifieke klanken worden weergegeven in de hersenen. Enerzijds moet deze weergave ruim genoeg zijn: de manier waarop iemand bijvoorbeeld de letter ‘b’ uitspreekt is per persoon verschillend. De klank ‘b’ klinkt ook anders afhankelijk van de klanken die eraan voorafgaan of erop volgen. De ‘b’ in ‘bal’ klinkt lichtjes anders dan de ‘b’ in ‘bed’ of in ‘krabbel’. Anderzijds moet de weergave in de hersenen ook specifiek genoeg zijn om het onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld de klank ‘b’ en de klank ‘d’.
Jarenlang dachten onderzoekers dat het probleem bij mensen met dyslexie op dit niveau te vinden was. In hun hersenen zouden klanken minder ruim of minder specifiek worden weergegeven. Bart Boets ging in de hersenen zelf kijken of deze theorie klopt. Daarvoor maakte hij een fMRI-scan (funtional Magnetic Resonance Imaging) van de hersenen van 45 personen, waarvan 23 met dyslexie. Zo kon hij zien welke delen van de hersenen actief zijn op het moment dat deze mensen gesproken woorden hoorden. 
Op basis van deze scans konden de onderzoekers als het ware een neurale ‘vingerafdruk’ maken van elk gesproken geluid in de hersenen. Vervolgens gingen ze kijken hoe ruim of specifiek deze ‘vingerafdrukken’ waren. Tot hun verrassing bleken de ‘vingerafdrukken’ van de gesproken geluiden even goed te zijn bij mensen met dyslexie als bij mensen zonder dyslexie. De tot dan toe gangbare theorie werd dus in één keer van tafel geveegd. 
Andere hersenregio
De eerder gevonden ‘vingerafdrukken’ bevinden zich in de bilaterale auditieve cortex. Er is echter nog een andere hersenregio actief bij het verwerken van gesproken klanken: het gebied van Broca, links vooraan in de hersenen. Dit gebied bevat zelf geen weergave van de spraakklanken en moet dus communiceren met de bilaterale auditieve cortex om toegang te verkrijgen tot deze klanken. De onderzoekers stelden vast dat er bij personen met dyslexie iets mis is met de communicatie tussen deze twee hersenregio’s. De oorzaak van dyslexie moet dus zo goed als zeker gezocht worden bij de slechte toegang die het gebied van Broca, dat bezig is met de meer complexe klankverwerking, heeft tot de bilaterale auditieve cortex, waar de ‘vingerafdrukken’ van de gesproken klanken bewaard worden.
“Dit nieuwe inzicht schept perspectieven om meer effectieve interventies te ontwikkelen die specifiek gericht zijn op het verbeteren van de verbinding tussen frontale en temporale taalgebieden", zegt Bart Boets van de Onderzoeksgroep Psychiatrie.
De resultaten van dit onderzoek verschenen in Science.
Bron:KULueven

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen