maandag 16 januari 2012

Zoektocht naar goede dyslexiebehandelaar

Onderzoek naar de behandeling van dyslexie voor basisschoolleerlingen maakt al bijna drie jaar deel uit van het basispakket van de zorgverzekekering. Er is een protocol waarin staat wie de aangewezen zorgverleners zijn. Ouders weten dit vaak niet. Tijd voor kwaliteitskeurmerk.


Nigel (10 jaar) is dyslectisch. Zijn ouders kregen twee jaar geleden van school te horen dat ze het best een remedial teacher konden inschakelen.
De jongen ging week in week uit naar deze leerkracht die kinderen met leerproblemen helpt. In die periode is hij wel iets vooruitgegaan, maar zijn lees- en spellingsniveau bleven ver beneden peil. Pas na bijna een half jaar kwam zijn moeder erachter dat ze de 'behandelingen' niet vergoed kreeg.

Moeder Yolande van Boxtel: "Ik snapte er niets van! Later bleek dat het advies helemaal verkeerd was. Ik had naar een zorgverlener moeten gaan die voldeed aan de regels van de zorgverzekering. Maar hoe weet je dat nou als ouder? Ik heb de school vertrouwd."

Zij is niet de enige ouder die sinds de komst van de vergoedingsregeling diagnostiek en behandeling van dyslexie met de vraag zit hoe haar kind het best geholpen kan worden. De regeling is nog zó nieuw, dat er veel onduidelijkheden omheen hangen: voor ouders, maar vaak ook nog voor scholen.

Werd dyslexie jarenlang gezien als een leerprobleem, inmiddels is uit wetenschappelijk onderzoek helder vast komen te staan dat het een stoornis is in de hersenen.

In het taalcentrum vindt normaal gesproken de letter-klankkoppeling plaats. Wie dyslectisch is, kan de letters wel goed zien, maar koppelt daar niet automatisch een klank aan. Het gevolg is dat lezen niet of moeizaam gaat. Voor spellen geldt hetzelfde: de klank wordt wel goed gehoord, maar het koppelen van de goede (geschreven) letter aan die klank gebeurt niet of nauwelijks.

Door deze inzichten is ook vast komen te staan dat veel oefenen met lezen aan kinderen (en volwassenen) met dyslexie geen soelaas biedt. Er is een andere, systematische aanpak door psychologen of orthopedagogen nodig om het probleem te tackelen.

Van Boxtel: "De remedial teacher heeft vooral dat lezen er proberen in te krijgen bij Nigel. Ik voelde ergens wel dat het niet werkte, want hij werd alleen maar bozer en gefrustreerder. Uiteindelijk heeft hij veel boekjes uit zijn hoofd geleerd, maar hij is niet beter gaan lezen of spellen."

In de situatie bij de familie Van Boxtel heeft de school het boetekleed aangetrokken. De leiding wilde er alles aan doen om een geschikte zorgverlener te vinden. "Ik wilde het niet meer aan school overlaten en ik ben zelf ook gaan zoeken. Als je 'dyslexie' intikt op Google, krijg je de raarste bedrijven te zien: van kwakzalvers tot serieuze bedrijven. Ik kwam bij ziekenhuizen die onderzoeken doen en behandelingen aanbieden tot aan schoolbegeleidingsdiensten. Er waren ook een paar instellingen bij die al jaren bezig zijn met deze behandelingen. Daarvan heb ik er uiteindelijk een uitgekozen. Ik dacht: als die al twintig jaar of langer bezig zijn, dan hebben ze genoeg ervaring."

Om de kwaliteit van behandelaars te kunnen garanderen, zijn er rondom de invoering van de vergoedingsregeling twee kwaliteitsbewakers opgericht: het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en het Kwaliteitsinstituut Dyslexie (KD). Bij beide kunnen behandelaars zich aansluiten om zo hun professionaliteit te laten zien. Onderling zijn er verschillen in toetsing en juist dát maakt het er voor ouders niet gemakkelijker op.

Tijdens het kwaliteitscongres van het NRD op 30 november lieten vertegenwoordigers van zorgverzekeraars CZ en VGZ weten dat het hoog tijd is met keurmerken te komen. Er ligt weliswaar een protocol waaraan behandelaars moeten voldoen, maar dat laat ruimte voor interpretatie. KD en NRD zullen dus de handen ineen moeten slaan om samen met één keurmerk te komen.

Johan Rozendaal, voorzitter NRD: "We zijn met elkaar bezig om die kwaliteitseisen te formuleren. Daar moeten verschillende zaken in worden geregeld. Ik noem een voorbeeld. Alleen een gz-psycholoog of orthopedagoog mag de behandeling uitvoeren, maar daar zit ruimte in. Er zijn bedrijven die remedial teachers laten werken onder verantwoordelijkheid van die gz-psycholoog of orthopedagoog. Volgens de regels mag dat niet. Ook over de toegespitste opleiding om kinderen met dyslexie te behandelen, moeten we uitspraken doen. Het is nu niet duidelijk welke opleiding gz-psychologen of orthopedagogen moeten hebben gevolgd voor de specialisatie dyslexie. Dat werkt onduidelijkheid in de hand. Een gz-psycholoog met een specialisatie voor ouderenzorg kan dus zo maar een dyslectisch kind gaan behandelen. Dat is niet wenselijk. Vooral voor ouders is die onduidelijkheid niet prettig. Die moeten goed kunnen beoordelen of een zorgverlener kwaliteit kan bieden.

"Zo kan ik nog veel meer punten noemen waar we afspraken over moeten maken. Als we al die zaken hebben geregeld, kunnen zorgverzekeraars ook keuzes maken. Zijn er dan dyslexiezorgverleners die niet aan de eisen voldoen, dan sluiten ze daar geen contracten mee af. Ik verwacht dat we over een half jaar de set kwaliteitseisen klaar hebben."

Een andere kwestie waar ouders tegenaan lopen, is de rol van de school. Niet alleen Yolande van Boxtel dacht dat de school 'het wel wist'. Harm Bos, vader van Joost (9), wist ook niet beter dan dat de school alles moest regelen. "De school moet eerst aantonen dat zelfs met extra begeleiding, het kind niet vooruitgaat. Daarna moet de school de ouders inschakelen, die een zorgverlener uitkiezen. Maar bij ons stuurde de school ons al meteen naar een organisatie waarvan ik dacht dat de school het betaalde. Ik kwam erachter dat dit anders was toen wij onze gegevens van onze zorgverzekering moesten doorgeven. Ik heb het proces stopgezet en ben eerst gaan zoeken naar de beste zorgaanbieder. Nu ben ik blij dat ik dat heb gedaan. Een meisje op school is wel naar die organisatie gegaan. De ouders zijn er niet tevreden over en haar situatie is niet echt verbeterd. Je kan geen appels met peren vergelijken, maar ik zie dat Joost echt is vooruitgegaan. Ik raad alle ouders aan zelf goed op te letten. Dat is zó belangrijk voor je kind!"

Bron: bndestem

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen