maandag 27 september 2010

Injona maakt digitaal lezen en luisteren mogelijk.


Injona heeft als doel het ondersteunen van, helpen bij en informeren over de mogelijkheden van het compenseren van een leeshandicap, als leesproblemen of dyslexie. Maar ook mensen met een lichamelijke-verstandelijk en/of een andere vorm van handicap of beperking helpen wij graag verder. Zodat ook zij zonder belemmering kunnen blijven (mee)lezen of luisteren en zo ook de mogelijkheid behouden om te studeren.
Injona heeft een uitgebreide service voor het verzorgen van de content voor al uw ICT hulpmiddelen als Claroread , Sprint/Sprint Plus en Kurzweil 3000. Kortom een scanservice voor scholen en bedrijven en instellingen maar zeker ook voor particulieren.
Injona heeft geen beperkingen dus alle boeken in alle lagen van het onderwijs kunnen gedigitaliseerd worden.
Meer info klik hier.

maandag 20 september 2010

Deel III Dyslexie: elk nadeel heeft een voordeel

Het raadsel rond dyslexie, dat zowel lees- als schrijfproblemen veroorzaakt, is inmiddels voldoende ontcijferd om een doeltreffende behandeling mogelijk te maken.
Ouders van kinderen met dyslexie moeten zich alleen realiseren dat het geen voorbijgaande hapering is in de ontwikkeling van het kind, maar een blijvend probleem bij lezen en schrijven dat beslist niet vanzelf overgaat. Dyslexie komt vaker voor dan gedacht: zowat 5-10 % van de schoolgaande jeugd heeft er mee te kampen.

Wetenschappers hebben chromosomen kunnen lokaliseren die een rol spelen in het ontstaan van leesmoeilijkheden. Bovendien hebben studies aangetoond dat deze chromosomen eveneens verantwoordelijk zijn voor auto-immuunziekten zoals astma en allergie.

Dat beide aandoeningen vaak samengaan was al eerder bekend. Dyslexie werd meestal uitgelegd als een gevolg van gezondheidsproblemen van het kind, waardoor het verzwakt zou zijn. Inmiddels weten we dat het geen kwestie is van oorzaak en gevolg, maar dat er tussen beide aandoeningen wel degelijk een verband bestaat. Vooral moet worden benadrukt dat het gaat om slecht functioneren, en niet om een soort hersenletsel.

Dyslexie heeft niet alleen te maken met aangeboren factoren. Onderzoekers zijn het erover eens dat de centrale knoop bij dyslexie een probleem is met één van de basiselementen van de taal, namelijk de fonologische module die een rol speelt bij de productie van klanken waaruit de taal is opgebouwd.


Om te lezen, moeten we twee basisopdrachten vervullen. Ten eerste moeten we kunnen ontcijferen op welke manier letters zijn samengevoegd zodat ze een betekenis krijgen.

De tweede opdracht, die een logisch gevolg is van de eerste, bestaat erin om woorden te herkennen zonder ze telkens eerst helemaal te moeten ontcijferen. Een “normale”lezer voert beide opdrachten vrijwel onbewust uit, behalve wanneer hij wordt geconfronteerd met een onbekende, bijvoorbeeld zeer technische of wetenschappelijke term: dan gaat hij eerst bewust het woord “ontrafelen”om de betekenis, uitspraak of schrijfwijze te achterhalen.

Zodra een kind begrepen heeft dat woorden samengesteld zijn uit klanken, dat deze klanken worden voorgesteld door letters en het principe van het alfabet heeft ontdekt, heeft het kind de sleutel tot de kunst van het lezen in eigen handen.


In geval van dyslexie slaagt het kind er niet in om letters samen te voegen tot woorden. Het kan ook zijn dat dit wel lukt maar dat het kind er niet in slaagt om de verworven kennis te globaliseren : het zal elk woord dat het leest telkens weer als een nieuw woord beschouwen en opnieuw ontcijferen.

Het praktische gevolg hiervan is dat een dyslectisch kind zeer traag leest, stotterend en stamelend, waardoor het ook geen aandacht kan besteden aan de betekenis van de tekst. Wanneer het kind schrijft, splitst het woorden en woordengroepen op totaal verkeerde plaatsen wat aantoont dat het groeperen van letters tot aparte woorden zeer moeilijk of niet lukt.

Het is erg belangrijk dat een kind het nut van lezen inziet. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die onmiddellijk doorhebben hoe "handig" lezen is (bv. zelf ondertitels kunnen lezen, een etiket ontcijferen, een boek kiezen op basis van de titel) sneller vorderingen maakten dan kinderen voor wie lezen een "taak" was, een passieve, sociale opgave (lezen omdat de juf of de ouders het vragen, omdat iedereen het doet...).


In het begin van de lagere school, en zelfs ook daarna nog, kan het probleem van dyslexie goed worden opgevangen, al is veel geduld en inzet vereist. Bij jonge kinderen kan een behandeling bij een logopedist al na 3 tot 4 maanden goede resultaten geven. Er wordt dan gewerkt met zeer gestructureerde en systematische oefeningen waarbij vooral wordt gewerkt rond het aspect "opbouw van taal op basis van letterklanken". Zo moet een kind woorden leren splitsen, gelijkaardige klanken samenbrengen, klanken verlengen om er een woord mee te vormen, enz. Heel veel en bijna dagelijks lezen is nodig om de verworven inzichten in praktijk om te zetten. Een goede samenwerking tussen kind, leerkracht, ouders en eventueel de logopedist is essentieel.


Tenslotte wil ik nog eens benadrukken dat dyslexie geen enkele invloed heeft op andere intellectuele capaciteiten, zoals begrijpen of redeneren. Dyslectische mensen kunnen net zo goed succesvolle ingenieurs of architecten worden. Genieën zoals Leonardo da Vinci, Einstein en Rodin hebben dit ten overvloede bewezen!


Riens Meije
r

Bron: echo.nl

maandag 13 september 2010

De meerwaarde van ICT-hulpmiddelen bij dyslexie

ICT-hulpmiddelen bij dyslexie bieden ondersteuning bij het lezen, spellen en studeren. Maar wat is nu het effect van deze ICT-hulpmiddelen? Vinden leerlingen, ouders, docenten en behandelaars dat deze hulpmiddelen doen wat ze er van mogen verwachten?


Doelgroepen
Om het gebruik en de effecten van ICT-hulpmiddelen bij dyslexie te meten heeft Lexima een peiling gedaan onder leerlingen en studenten, scholen, ouders en behandelaars. De vragen zijn gericht op het verschil in leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren met of zonder hulpmiddelen. Het gaat hier om een gestructureerde gegevensverzameling van indrukken, ervaringen en waarnemingen van leerlingen, studenten, ouders, behandelaars en scholen. In totaal hebben 3.509 respondenten de enquête ingevuld: leerlingen en studenten (417), scholen (998), behandelaars (445), ouders (93). Van de leerlingen en studenten heeft 93% een dyslexieverklaring die is afgegeven door een gekwalificeerd deskundige. Leerlingen, studenten, ouders en behandelaars werden in het onderzoek gevraagd naar ernst van de problematiek, leerprestaties, zelfvertrouwen, stemming en zelfstandigheid. De vragen aan scholen gingen over leerprestaties, verbetering van de zelfstandigheid en de implementatie van ICT-hulpmiddelen op school.

Resultaten
Met het onderzoek is geprobeerd in kaart te brengen in hoeverre dyslexie-ICT hulpmiddelen in de ogen van alle betrokkenen:
  1. de leerprestaties verbeteren van kinderen met dyslexie
  2. het sociaal-emotioneel functioneren verbeteren van kinderen met dyslexie
  3. goed zijn geïmplementeerd op de scholen.

Leerprestaties
Leerlingen en studenten geven aan dat ze verbetering ondervinden bij het begrijpend lezen, het schrijven van teksten, spellen en de vreemde talen. Ouders zijn het hier mee eens en vullen aan dat de leerprestaties van hun zoon/dochter ook op het gebied van technisch lezen en rekenen sterk verbeteren. Ook de scholen zijn positief: 96% van de scholen geeft aan verbetering te zien bij begrijpend lezen, meer dan 80% ziet tevens duidelijke verbetering bij technisch lezen, spellen, het schrijven van teksten, Nederlands en de zaakvakken. Behandelaars zijn het meest positief over het effect van dyslexie-ICT. Ruim 85% geeft aan dat zij een verbetering zien op alle bovengenoemde vakken, wanneer dyslexie-ICT wordt ingezet.

Sociaal-emotioneel
Ongeveer een kwart van de leerlingen geeft aan weinig tot geen zelfvertrouwen te hebben wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van dyslexie-ICT, slechts 38% geeft hoge scores op dit onderdeel. Wanneer zij wel gebruik kunnen maken van een hulpmiddel geeft maar liefst 66% de hoogste scores voor zelfvertrouwen. De respons van de ouders bevestigt dit beeld.

Op de vraag naar faalangst en somberheid geeft 59% van de leerlingen en studenten aan daar normaalgesproken last van te hebben, dit cijfer wordt gehalveerd bij gebruik van een hulpmiddel. Ouders bevestigen dit beeld, zij het minder uitgesproken. Op de vraag hoe ernstig de problemen zijn die door de dyslexie worden ondervonden op school, bij het maken van huiswerk of bij studie, antwoordt 46% van de ouders en 35% van de leerlingen/studenten met ‘flinke problemen’ en 7% respectievelijk 5% zegt ‘kan school of studie eigenlijk niet aan’. Deze cijfers zijn aanzienlijk lager als een hulpmiddel wordt gebruikt. Slechts 11% van de ouders en 6% van de leerlingen meldt dat flinke problemen worden ervaren en 1%, respectievelijk 2% ‘school of studie eigenlijk niet aan te kunnen’ als een hulpmiddel wordt gebruikt.

Driekwart van de leerlingen en studenten geeft aan dat het ICT-hulpmiddel dat zij gebruiken een positieve invloed heeft op hun zelfstandigheid. Bijna alle scholen (98%) geven aan dat bij gebruik van ICT-hulpmiddelen een verbetering van de zelfredzaamheid van de leerling te zien is. Ze hebben minder hulp nodig van een docent of andere hulpbronnen. Eén derde van de leerlingen en studenten geeft zelfs aan dat zij taken vrijwel zonder hulp kunnen uitvoeren.

Implementatie op scholen
Het succes van implementatie van ICT-hulpmiddelen op scholen kan worden gemeten aan de hand van de vier pijlers: visie en beleid, beheer en professionalisering, materiaal en kwaliteitsbeeld. Uit de respons van scholen blijkt dat de meerderheid een begin heeft gemaakt op het merendeel van deze gebieden, maar dat nog veel werk moet worden verzet om het draagvlak te verbreden.


Conclusie
Deze peiling onder leerlingen/studenten, ouders, scholen en behandelaars laat zien dat men op basis van indrukken, ervaringen en waarnemingen vindt dat er positieve relaties bestaan tussen het gebruik van ICT-hulpmiddelen en leerprestaties van kinderen met dyslexie enerzijds en hun sociaal-emotioneel functioneren anderzijds. Scholen hebben echter nog wel wat werk te verzetten om deze effecten ten volle te kunnen oogsten. De resultaten van deze peiling kunnen dit proces stimuleren.

Bron : onderwijsnieuwsdienst

maandag 6 september 2010

Voorspeller helpt dyslectici correct te schrijven

BRUSSEL - Het Belgische bedrijf Sensotec heeft vandaag een zogenaamde woordvoorspeller gelanceerd. Het systeem is ontwikkeld om mensen die aan dyslexie lijden, te helpen correct te spellen wanneer ze schrijven in een tekstverwerker.
Het programma, dat WoDy werd gedoopt, voorspelt het woord dat de gebruiker aan het typen is, net zoals de woordenboekfunctie bij het tikken van een sms'je. Als er bijvoorbeeld 'aler' wordt getypt, weet het programma dat de persoon met dyslexie wellicht 'allerlei', 'allerminst' of 'allerliefst' bedoelt. De software houdt rekening met de specifieke problemen van de gebruiker, die in een menu kunnen worden ingesteld.

Volgens Sensotec is het programma nuttiger dan een spellingcontrole, omdat dyslectici onmiddellijk het juiste woord te zien krijgen. Indien nodig worden de correcte suggesties ook voorgelezen.

De software kan gebruikt worden met elk computerprogramma waar tekst ingevoerd moet worden. Het pakket kost 195 euro voor de versie op dvd en 210 euro voor de versie op usb-stick
.

meer info klik hier

Bron www.ad.nl

maandag 30 augustus 2010

De grote voordelen voor dyslectici in het huidige tijdperk

Uit onderzoek is gebleken dat selfmade miljonairs vier keer zo veel kans hebben op dyslexie als de rest van de bevolking. Waarom? Dyslectici worstelen met L- gericht denken. L- gericht denken is een vorm van denken en een houding tegenover het leven die kenmerkend is voor de linkerhemisfeer van het brein (sequentieel, feitelijk, functioneel, tekstueel en analytisch). Deze benadering, dominant in het huidige tijdperk, belichaamd door computerprogrammeurs, gekoesterd door zakelijke organisaties en beklemtoond in het onderwijs, wordt door linkerbrein kenmerken gestuurd naar linkerbreinresultaten. R- gericht denken is de vorm van denken en houding tegenover het leven dat karakteristiek is voor de rechterhemisfeer van het brein ( simultaan, beeldend, esthetisch, contextueel en verbindend). Deze benadering die onderbelicht is in het huidige tijdperk, belichaamd door creatieve en zorgzame mensen, onder gewaardeerd door organisaties en verwaarloost in het onderwijs, wordt door rechterbreinkenmerken gestuurd naar rechterbreinresultaten.


Zoals blinde mensen hun gehoor sterker gaan ontwikkelen, zo zorgen problemen van dyslectici op het ene gebied tot buitengewone gaven op andere gebieden. Sally Shaywitz, als neuroloog verbonden aan Yale en specialist op het gebied van dyslexie, schrijft het zo: “Dyslectici denken anders. “Ze zijn intuïtief en blinken uit in probleemoplossing, het grote plaatje zien en vereenvoudigen”. “Ze zijn ongeschikt voor stampwerk, maar ze zijn geïnspireerde visionairs”. Mensen die morrelen aandyslectische-lezer de regels van het spel, zoals Charles Schwab, uitvinder van discontomakelarij, en Richard Branson, die de muziekhandel en de luchtvaartindustrie opschudde, noemen allebei dyslexie als het geheim van hun succes. Die dwong hen het grote plaatje te zien. Omdat ze moeite hebben de bijzonderheden van iets te analyseren, werden ze enorm handig in het herkennen van patronen. Alle grote ondernemers zijn systeemdenkers. Wie een groot ondernemer wil zijn moet leren een systeemdenker te worden en zal de aangeboren passie om dingen in hun totaliteit te zien moeten ontwikkelen.


Bron:.pluspost.nl



maandag 23 augustus 2010

Signaleren van leerlingen met dyslexie

Het gebeurt gelukkig steeds meer dat dyslexie al op de basisschool wordt onderkend. Dit is belangrijk, omdat de hulp dan zo vroeg mogelijk kan worden ingezet. Door adequate hulp wordt motivatieverlies zo veel mogelijk voorkomen en faalervaringen geminimaliseerd. Om een doorgaande lijn van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs te waarborgen, dient er een goede leerlingoverdracht plaats te vinden. Op enkele scholen wordt deze leerlingoverdracht door zorgspecialisten uitgevoerd, zeker wanneer het gaat om leerlingen die al extra zorg op de basisschool hebben gekregen. In andere gevallen vindt de overdracht plaats tussen de leerkracht dan wel zorgspecialist van het basisonderwijs en de mentor van het voortgezet onderwijs. Dit maakt het van belang dat de beginnende docent, die immers ook mentor kan worden, op de hoogte is van de vormgeving van deze overdracht. Hoe de overdracht basisonderwijs/primair onderwijs en voortgezet onderwijs (overdracht PO-VO) zou moeten verlopen, wordt binnen dit thema uiteengezet.

Elk leerjaar komen er weer leerlingen met lees- en spelling problemen en dyslexie op het voortgezet onderwijs terecht. Ondanks dat dyslexie steeds vaker op de basisschool wordt opgemerkt, is het zeker niet zo dat alle leerlingen met dyslexie dan al de diagnose hebben gekregen. Enerzijds zijn de problemen op de basisschool wel gesignaleerd, maar niet onderkend. Anderzijds zijn er ook leerlingen waarbij het lezen en spellen pas problemen oplevert bij het leren van moderne vreemde talen. Als docent is het dus belangrijk om ook op het voortgezet onderwijs gericht te zijn op de signalen van dyslexie. Welke middelen een vakdocent kan aanwenden bij de signalering, wordt binnen het thema Signaleren van leerlingen met dyslexie besproken.

Bron: Masterplan dyslexie


maandag 9 augustus 2010

Verzet tegen strengere exameneisen

AMSTERDAM - Scholen en scholieren in het voortgezet onderwijs zijn tegen plannen van het demissionaire kabinet om de exameneisen te verzwaren.


Zij vinden dat eerst werk moet worden gemaakt van kwalitatief beter onderwijs. Dat staat in een brief die de scholierenorganisatie LAKS en de VO-raad dinsdag hebben gestuurd aan demissionair staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs).

De bewindsvrouw maakte eind juni bekend dat examenkandidaten vanaf het schooljaar 2011-2012 alleen slagen, als zij gemiddeld een voldoende halen voor het centraal schriftelijk examen. Nu kunnen zij onvoldoendes voor die landelijke toetsen nog compenseren met goede cijfers voor de examens die de scholen in de loop van het examenjaar zelf afnemen. Ook mogen zij voor de drie zogenoemde basisvakken, Nederland, Engels en wiskunde, maximaal één 5 als eindcijfer halen.

Ondermaats
Volgens het LAKS spreekt Van Bijsterveldt voor haar beurt. ,,Nederland investeert ondermaats in onderwijs’’, stelt voorzitter Steven de Jong. ,,Het is erg voorbarig om dan wel de exameneisen te verhogen; eerst moet de kwaliteit van het onderwijs zelf omhoog. Eisen zijn alleen haalbaar als aan voorwaarden zoals goede lessen wordt voldaan.’’

De VO-raad en het LAKS vrezen dat leerlingen door de strengere eisen moeilijke vakken of profielen gaan mijden of voor een lager niveau kiezen dan zij aankunnen, terwijl het beleid er de laatste jaren juist op gericht was leerlingen het maximale uit zichzelf te laten halen. Verder waarschuwen zij voor verschraling van het onderwijs, omdat de kans groot is dat scholen de inhoud van hun lessen voortaan zullen beperken tot het examenprogramma.

Voor leerlingen die bijvoorbeeld dyslexie hebben of eenzijdig getalenteerd zijn, zullen de gevolgen onevenredig zwaar zijn, stellen de VO-raad en het LAKS. Zij verwachten dat vooral in die groep meer leerlingen zullen zakken.


Bron Nederlands Dagblad