dinsdag 29 januari 2013

Ook onder kinderen stijgt het gebruik van tablets en ereaders voor het lezen van boeken.


Niet alleen volwassenen lezen steeds meer ebooks, ook onder kinderen stijgt het gebruik van tablets en ereaders voor het lezen van boeken. Dat blijkt uit een tweejaarlijks onderzoek van uitgever en distributeur Scholastic. 46% van de kinderen in de VS heeft wel eens een ebook gelezen. In 2010 was dat nog 25%.

De kinderen uit het onderzoek, in de leeftijd van 9 tot 17 jaar, lezen ebooks op diverse apparaten. 21% van de kinderen heeft wel eens een ebook op een ereader gelezen. 2 jaar geleden was dat nog 7%. Ook op tablets wordt flink gelezen. 21% heeft hier wel eens een ebook op gelezen. Daarnaast zijn de laptop, desktop en smartphones onder kinderen populaire apparaten om ebooks op te lezen.
1 op de 5 kinderen die ebooks lezen, zegt over het algemeen meer boeken voor zijn plezier te lezen. Daarnaast geeft de helft van de ondervraagde kinderen aan meer boeken voor hun plezier te zullen lezen wanneer ze betere toegang tot ebooks zouden hebben.

Toch is er ook onder kinderen veel interesse in het papieren boek. 58% van hen denkt in de toekomst altijd nog ook papieren boeken te willen lezen, zelfs al zijn ebooks goed beschikbaar. 80% leest bovendien nu nog voornamelijk papieren boeken voor het plezier. Ebooks worden door kinderen vooral handig gezien als ze buitenshuis zijn, of als ze niet willen dat vrienden zien welke boeken ze lezen.


Het volledige onderzoeksverslag is te downloaden vanaf de site van Scholastic..

Bron:ereaders

dinsdag 22 januari 2013

eBook wint steeds meer terrein

Volgens een onderzoek van Pew Internet leest inmiddels bijna een kwart van de Amerikanen eBooks. Het aantal is het afgelopen jaar gestegen van 16% naar 23%.Het aantal lezers dat gedrukte boeken leest is daarentegen afgenomen van 72% naar 67%.

De toename van het aantal gelezen eBooks wordt verklaard door de toename van het aantal tablet bezitters.Maar liefst één op de vier Amerikanen bezit inmiddels een tablet.Het aantal Amerikanen dat een nu eReader of Tablet heeft, is zelfs toegenomen tot 33%.

Wat verder opvalt in het onderzoek is, dat vooral hoger opgeleiden, en meer vrouwen dan mannen  eBooks lezen.


Bron: pewinternet.org

Het volledig onderzoek is hier te lezen. > link>>> Gratis eBooks downloaden. 

maandag 14 januari 2013

Het begrip Beelddenken

Beelddenken is een theorie die ervan uitgaat dat mensen kunnen denken in beelden. Er zijn volgens de theorie veel beelddenkers onder mensen met autisme, Asperger en ADHD. Zij zouden een samenwerking van het snelle beelddenken en de zintuigen hebben, waardoor ze bijvoorbeeld méér waarnemen. Een beelddenker zou méér beelden per seconde zien (ongeveer 32), wat niet lukt met het bewuste waarnemen, maar alleen door middel van het onderbewustzijn.

 Wat is beelddenken?
Het begrip Beelddenken is geïntroduceerd in 1951 door de logopedist Maria Krabbe. Zij werkte met kinderen met leerproblemen, zoals dyslexie, stotteren en schrijfproblemen. Deze kinderen bleken volgens haar te denken in beelden en zij noemde hen beelddenkers. Haar theorie is dat het lezen van woorden bij deze mensen eerst in beelden omgezet zal worden, en ook het uitleggen van de eigen denkbeelden in taal zal veelal een beknopte uitleg zijn.

Nel Ojemann heeft beelddenken in 1987 nader beschreven als ‘een vorm van denken die iedereen zolang men jong is gebruikt’. Volgens Ojemann gaat het om denken in beelden en handelingen, een beweeglijk omgaan met de werkelijkheid, dat de meeste mensen rond hun vijfde, zesde jaar loslaten ten gunste van het begripsdenken of woorddenken. Beelddenkers laten dit volgens haar echter niet los en maken er juist gebruik van.

De theorie
Beelddenken plaatst zichzelf tegenover taaldenken of woorddenken, een vorm van denken in taal. Maar ook tegenover begripsdenken en abstractie. Andere gebruikte benamingen zijn: divergerend denken, visueel ingesteld zijn, analoog denken, ruimtelijk denken. Beelddenkers zijn volgens de theorie mensen, van wie wordt verondersteld, dat zij voornamelijk en primair in beelden denken. Dat wil zeggen dat nieuwe informatie in beeld wordt opgeslagen en verwerkt. Dit zou gebeuren in de rechter hersenhelft. Beelddenkers zouden ‘empirisch ingesteld’ zijn.


Begripsdenkers (woordelijk redenerende denkers) maken volgens de theorie méér gebruik van het bewust denken (bewuste gedachtegangen) en beelddenkers maken meer gebruik van intuïtief denken via het onbewuste. Het onbewuste verwerkt, en maakt (voor)bewust, met veel grotere snelheid dan het bewuste denken. ‘Beelden, gevoelens, bewegingen, verhoudingen en eerdere ervaringen’ kunnen dan achtereenvolgens door het hoofd flitsen (al of niet met woorden gepaard). Veelal zijn het gedachtegangen die onderdeel zijn van een geheel, en als zodanig de ‘beelden’ ondersteunen (onderbouwing).

Dat alles gebeurt binnen honderdsten van seconden (door het onbewuste). Doordat het bewuste minder wordt gebruikt, kan het ook eerder overbelast raken. Er kan dan behoefte aan een rustmoment ontstaan, waarin vaak voor zich uit gestaard wordt en er achtereenvolgens allerlei waarnemingen tot het bewuste komen die worden verwerkt binnen het eigen denkbeeld. Beelddenken kan ook begrijpend denken (niet te verwarren met begripsdenken) genoemd worden, waarbij alle denkbeelden worden begrepen (‘zo is het’) of juist niet.

De denkbeelden passen dan wél, of juist niet in het denkbeeld (perspectief) als geheel. Vanwege die begrijpende manier van denken, kan iemand zeer stellig zijn of zelfs pedant. In een discussie tussen een woorddenker en een beelddenker treedt vaak onderling onbegrip op. Veelal is er bij beelddenken ook sprake van een fotografisch geheugen. Zo kunnen vanuit het niets ‘antwoorden’ (conclusies) opkomen op vragen waar al eerder over is nagedacht. Als zulke antwoorden zich spontaan aandienen zonder dat hij daar bewust naartoe heeft gewerkt, kan een beelddenker conclusiegericht reageren.

Ook maakt het grote ‘ruimtelijk inzicht’ het mogelijk om al lopend (door straten), een ‘plattegrond’ voor zich te zien (van boven). Zelfs kunnen beelden twee- of driedimensionaal zijn, bijvoorbeeld de binnenkant van een woning, ook als ze nog gebouwd moet worden (architect, aannemer, timmerman).

Wetenschappelijke opvatting
Vanuit de wetenschap wordt beelddenken niet erkend. Sommige wetenschappers stellen dat het denken van de mens altijd gepaard gaat met taal. Taal is een belangrijk gereedschap om ingewikkelde zaken te overdenken. Sommige wetenschappers menen dat dit in de vorm van beelden niet mogelijk is.

bron: wikipedia.nl

maandag 7 januari 2013

Aandacht voor dyslexie en dyscalculie blijft nodig


Scholen voor voortgezet onderwijs voeren het beleid dat ze hebben voor hun ondersteuning aan dyslectische leerlingen goed uit. Dit blijkt uit onderzoek van de inspectie op zestien scholen voor voortgezet onderwijs. De onderzochte scholen kiezen echter allemaal wel voor een eenvoudig zorgmodel en laten daarmee een mogelijkheid liggen om leerlingen met dyslexie breder te ondersteunen.
De inspectie zal via het reguliere toezicht scholen stimuleren meer op maatwerk gerichte zorgmodellen na te streven.
Beleid op het gebied van dyscalculie is beperkt aanwezig. Gedurende de periode van de schoolbezoeken waren er weinig tot geen leerlingen met een dyscalculieverklaring ingeschreven.

Meer informatie

maandag 10 december 2012

Hoe kan het dan zijn dat ze door haar dyscalculie geen diploma kan halen?



Beste Lezer,

Mijn dochter is gediagnosticeerd met Dyscalculie.

Zij volgt de opleiding gehandicaptenzorg op het ROC in Eindhoven. Maar door haar dyscalculie zal geen diploma krijgen!
Want ze zal nooit een voldoende halen voor het vak rekenen.

Ik heb het artikel "rekenrampen in het nauw" gelezen op uw webblog. Dit artikel sprak mij heel erg aan.

Mijn dochter doet het op stage en school harstikke goed. Ze haalt goede punten en de leraren zijn tevreden over haar.
Hoe kan het dan zijn dat ze door haar dyscalculie geen diploma kan halen? Dit hebben wij na een gesprek op school te horen gekregen en dit doet pijn.
Want ze wil het zo graag, ze heeft zich al die jaren voor 100 procent in gezet om zo ver te komen. En nu stoot ze weer tegen een muur, "rekenen".

Door al die frustraties, wat er nu allemaal speelt willen wij niet meer afwachten.
Daarom zijn mijn gezin en ik een petitie gestart. Wij willen zoveel mogenlijk handtekeningen inzamelen en deze aan de tweede kamer overhandigen.

Het is fijn om te zien dat zoveel mensen achter ons staan.

Ook willen wij dit onder de aandacht brengen doormiddel van de media (kranten tv en dergelijke).

We zijn pas net een week op gang, en we hebben nu al 300 handtekeningen. Twee kranten hebben al contact met ons opgenomen, die met dit onderwerp zeer zijn begaan.

De petitie kunt u vinden op:
http://discalculiemaartochdiploma.petities.nl/

En mijn dochter heeft een site:
www.everyoneweb.com/petitierekenen

Misschien kunt u iets voor ons betekenen,

Wij grijpen elke kans aan, om ons doel te bereiken!
Dat kinderen met dyscalculie vrijgesteld worden voor het examen rekenen. Want wij weten als geen ander, hoeveel impact het heeft op iemand die met dyscalculie door het leven gaat.

Met vriendelijk groet,

Carla van Gerwen 

Bron: email Injona

dinsdag 20 november 2012

Dyslexie is het nieuwe talent

Vier procent van de Nederlanders is dyslectisch. Dat wordt nu nog vooral gezien als een handicap die menig werkgever liever niet terug vindt in zijn bedrijf. Volgens podiumauteur Wim Boersma zijn werknemers met dyslexie onontdekte talenten. 

 

Dyslexie is een aangeboren aandoening waarvan men niet echt de oorzaak kent en waarvoor ook nog geen remedie is gevonden. Mensen met dyslexie worden gezien als slachtoffers, die moeite hebben met taal. En die daardoor niet goed kunnen functioneren. De Hersenstichting geeft als theorie over de oorzaak van dyslexie dat er iets mis is in de aanleg van de hersenen waardoor de linker hersenhelft zich langzamer ontwikkelt dan de rechter. In de linker hersenhelft huizen het logisch en lineair denken, het analytisch vermogen en de verstandelijke functies. De rechter hersenhelft bevat onze intuïtie, gevoelens, gewaarwordingen en indrukken, evenals het vermogen om creatieve verbanden te leggen en ruimtelijke processen te doorzien. De rechter hersenhelft "weet", terwijl de linker hersenhelft "denkt".


Waardering cognitief denken cultureel bepaald

Ten tijde van de industriële revolutie werden de activiteiten van de linker hersenhelft hoger aangeslagen. De hele maatschappij was in die tijd ingericht op seriematige productie (lopende band) en dus waren er mensen nodig die sterk repeterende handelingen verrichten. Zij moesten uitvoeren en vooral niet te veel nadenken, dat deed de 10% aan de top wel voor hen.
 Binnen organisaties werden medewerkers daarom getraind in zaken waarin zij niet goed waren, zaken die toegeschreven werden aan de linker hersenhelft. Door steeds maar te trainen en te herhalen werden patronen ingeslepen. Nu zien we dat dit alleen maar heeft geleid tot meer repeterend gedrag. Mensen blijven vasthouden aan zaken die ze aangeleerd hebben en vergeten daardoor vaak zelf na te denken.


De wereld verandert

Zo overzichtelijk als de maatschappij was in de 20e eeuw, zo chaotisch lijkt zij nu te zijn. De wereld verandert momenteel in zo'n rap tempo dat maatschappelijke zekerheden die bijna wetmatig leken in deze eeuw, volledig op losse schroeven staan. Aanpassingsvermogen voor organisaties en individuen aan een wereld waarin verandering de enige constante factor lijkt te zijn, is daarom van levensbelang. Met alleen de linker hersenhelft red je dat niet. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de bediening van apparaten die steeds intuïtiever wordt. Denk aan de social media. Het denken met de rechter hersenhelft wordt steeds belangrijker. En niet alleen voor individuen, maar vooral ook voor bedrijven, voor bijvoorbeeld:
  • het aantrekken, houden en ontwikkelen van goede mensen;
  • het strategisch denken en handelen;
  • het waarborgen van een prestatiegericht werkklimaat;
  • het verbeteren van de klantgerichtheid;
  • het voorblijven van de concurrentie;
  • het in balans houden van leven en werken;
  • het verbeteren van interne processen;
  • het stimuleren van innovatie.

 

Klantverantwoordelijkheid

We zitten inmiddels, zoals al velen hebben beschreven, in het informatietijdperk en we horen alleen maar, dat alles sneller moet. Een bedrijf kan echter alleen sneller handelen als het de bureaucratie weet in te dammen. Dit vraagt om meer verantwoordelijkheid op de werkvloer. Als snelheid geboden is, kun je immers niet steeds voor alles overleg hebben. Medewerkers dienen als een soort van commandoteam te opereren. Als je in vijandig gebied staat, kun je ook niet steeds de commandant bellen. Wanneer nu de kennis van het individu toeneemt, kan men binnen een bedrijf meer aan dat individu overlaten. 
In een businessteam dat zo opereert (commandoteam), is iedereen nodig. Het doel is helder, een ieders bijdrage is duidelijk, en met elkaar klaart men de klus. Een klant is tenslotte niet geïnteresseerd in de activiteit van een individuele medewerker. Het gaat hem om het eindresultaat. De kwaliteit van het team zit in de creativiteit. Het gaat erom of men in staat is elkaar te inspireren en te vormen. Teamrollen zoals Belbin die beschreef, blijven actueel. Want creativiteit komt juist tot bloei door de verschillen in een team. Men triggert elkaar om out of the box te denken. De businessmanager bewaakt hierbij de onderlinge communicatie en let op of men zich aan de cultuur en werkwijze van het bedrijf houdt.


Leren in context

De klant van vandaag verwacht en meer snelheid en meer maatwerk. Dat betekent dat een organisatie snel moet kunnen schakelen met de klant. Dit betekent weer dat oplossingen veel meer komen te liggen op het bovenliggende procesniveau dan op dat van de traditionele vaardigheden. Alles bepalend voor het succes is daarom de mate waarin je zaken herkent en weet toe te passen. Van medewerkers wordt verwacht dat zij adequaat kunnen inspelen op klantsituaties. Dit vraagt om anders denken, anders werken, anders leren. Met andere woorden, om begrijpen wat men aan het doen is en hoe die inspanning bijdraagt aan het succes van de organisatie. Dit ontwikkelen noemen wij leren in de context. Het feit dat men grip weet te krijgen op de eigen werkzaamheden ('snappen wat je aan het doen bent') is de manier voor het creëren van eigen verantwoordelijkheid. De omgeving voor een zelflerend vermogen is daarmee gecreëerd.
Vaardigheden die toegeschreven worden aan de linker hersenhelft zoals logica, analytisch- en lineair denken scoren nog steeds hoog, maar volstaan niet meer in het informatietijdperk. In het informatietijdperk gaat het er niet om informatie te vergaren (we kunnen prima "effe" googlen en social media gebruiken), maar is het vooral belangrijk om de informatie zelf toe te passen en hiervoor ook de eigen verantwoordelijkheid te nemen. 
Door de globalisering verhuizen een heleboel lineaire functies naar opkomende BRIC-landen als India en China. Daarnaast maken nieuwe krachtige technologieën het overbodig dat lineair en analytisch denken vooropstaan. Vaardigheden die samenhangen met de zogenaamde rechter hersenhelft - creativiteit, kunnen zij het geheel zien  - zullen bepalen of iemand in het informatietijdperk succesvol wordt of niet.


Hét tijdperk voor mensen met dyslexie

Die rechter hersenhelft is de kracht van mensen met dyslexie. Hun belangrijkste kwaliteiten zijn:
  • beelddenken: dit zorgt voor creativiteit bij het bedenken van oplossingen;
  • associatief vermogen: razendsnel verbanden kunnen leggen met andere situaties;
  • deductief denken: denken vanuit het grote geheel;
  • visionaire kwaliteiten: beeld van de toekomst maken.
Het zijn allemaal eigenschappen die goed van pas komen bij een klantgerichte organisatie. Echter, mensen met een sterk ontwikkelde rechter hersenhelft hebben als handicap dat zij moeilijk communiceren met de lineair denkende 'tegenstander'. Doordat de lees- en schrijfvaardigheden minder zijn (een linkse activiteit) is communiceren een lastig gebeuren.
Kennis helpt natuurlijk om een goede aansluiting te maken met links-denkende, zodat je je verhaal beter kunt onderbouwen. Helaas zijn opleiders nog volledig gericht op links-denkenden. Dit geldt zowel voor het reguliere onderwijs als voor bedrijfsopleidingen. Op methoden gebaseerd onderwijs moet tenslotte lineair zijn, want anders kun je het niet op papier krijgen. Toch zal het onderwijs door de bocht moeten. Opleiden moet 'on demand'. Alleen dan is er ruimte voor het trainen van het gebruik van de rechter hersenhelft. In het systeem van de vorige eeuw was dyslexie is een handicap. Nu is het een talent dat men alleen nog moet leren ontwikkelen.

Bron:MT