Posts tonen met het label Dyslexie leerproblemen digitale boekbestanden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dyslexie leerproblemen digitale boekbestanden. Alle posts tonen

dinsdag 6 mei 2014

Digitale schoolboeken voor alle ict hulpmiddelen.








Volgend schooljaar aan de slag met digitale schoolboek ?
Vraag ze nu aan bij Injona / teaching  en maak ook gebruik van de digitale boekentas in de cloud.

Injona / Teaching in full-service provider voor de ondersteuning bij leesbeperking.
Wij verzorgen voor uw hulpmiddelen vanaf het digitaliseren van papieren content tot distributie middels push-technologie naar uw leerlingen/studenten,
en van voorlichting tot implementatie.


Wij verzorgen al u wensen van a tot z waar u verder geen omkijken maar heeft….. Voor verder vragen neem dan even contact met ons op of maak een afspraak zodat we een demo kunnen geven bij u op school of instelling.


maandag 14 januari 2013

Het begrip Beelddenken

Beelddenken is een theorie die ervan uitgaat dat mensen kunnen denken in beelden. Er zijn volgens de theorie veel beelddenkers onder mensen met autisme, Asperger en ADHD. Zij zouden een samenwerking van het snelle beelddenken en de zintuigen hebben, waardoor ze bijvoorbeeld méér waarnemen. Een beelddenker zou méér beelden per seconde zien (ongeveer 32), wat niet lukt met het bewuste waarnemen, maar alleen door middel van het onderbewustzijn.

 Wat is beelddenken?
Het begrip Beelddenken is geïntroduceerd in 1951 door de logopedist Maria Krabbe. Zij werkte met kinderen met leerproblemen, zoals dyslexie, stotteren en schrijfproblemen. Deze kinderen bleken volgens haar te denken in beelden en zij noemde hen beelddenkers. Haar theorie is dat het lezen van woorden bij deze mensen eerst in beelden omgezet zal worden, en ook het uitleggen van de eigen denkbeelden in taal zal veelal een beknopte uitleg zijn.

Nel Ojemann heeft beelddenken in 1987 nader beschreven als ‘een vorm van denken die iedereen zolang men jong is gebruikt’. Volgens Ojemann gaat het om denken in beelden en handelingen, een beweeglijk omgaan met de werkelijkheid, dat de meeste mensen rond hun vijfde, zesde jaar loslaten ten gunste van het begripsdenken of woorddenken. Beelddenkers laten dit volgens haar echter niet los en maken er juist gebruik van.

De theorie
Beelddenken plaatst zichzelf tegenover taaldenken of woorddenken, een vorm van denken in taal. Maar ook tegenover begripsdenken en abstractie. Andere gebruikte benamingen zijn: divergerend denken, visueel ingesteld zijn, analoog denken, ruimtelijk denken. Beelddenkers zijn volgens de theorie mensen, van wie wordt verondersteld, dat zij voornamelijk en primair in beelden denken. Dat wil zeggen dat nieuwe informatie in beeld wordt opgeslagen en verwerkt. Dit zou gebeuren in de rechter hersenhelft. Beelddenkers zouden ‘empirisch ingesteld’ zijn.


Begripsdenkers (woordelijk redenerende denkers) maken volgens de theorie méér gebruik van het bewust denken (bewuste gedachtegangen) en beelddenkers maken meer gebruik van intuïtief denken via het onbewuste. Het onbewuste verwerkt, en maakt (voor)bewust, met veel grotere snelheid dan het bewuste denken. ‘Beelden, gevoelens, bewegingen, verhoudingen en eerdere ervaringen’ kunnen dan achtereenvolgens door het hoofd flitsen (al of niet met woorden gepaard). Veelal zijn het gedachtegangen die onderdeel zijn van een geheel, en als zodanig de ‘beelden’ ondersteunen (onderbouwing).

Dat alles gebeurt binnen honderdsten van seconden (door het onbewuste). Doordat het bewuste minder wordt gebruikt, kan het ook eerder overbelast raken. Er kan dan behoefte aan een rustmoment ontstaan, waarin vaak voor zich uit gestaard wordt en er achtereenvolgens allerlei waarnemingen tot het bewuste komen die worden verwerkt binnen het eigen denkbeeld. Beelddenken kan ook begrijpend denken (niet te verwarren met begripsdenken) genoemd worden, waarbij alle denkbeelden worden begrepen (‘zo is het’) of juist niet.

De denkbeelden passen dan wél, of juist niet in het denkbeeld (perspectief) als geheel. Vanwege die begrijpende manier van denken, kan iemand zeer stellig zijn of zelfs pedant. In een discussie tussen een woorddenker en een beelddenker treedt vaak onderling onbegrip op. Veelal is er bij beelddenken ook sprake van een fotografisch geheugen. Zo kunnen vanuit het niets ‘antwoorden’ (conclusies) opkomen op vragen waar al eerder over is nagedacht. Als zulke antwoorden zich spontaan aandienen zonder dat hij daar bewust naartoe heeft gewerkt, kan een beelddenker conclusiegericht reageren.

Ook maakt het grote ‘ruimtelijk inzicht’ het mogelijk om al lopend (door straten), een ‘plattegrond’ voor zich te zien (van boven). Zelfs kunnen beelden twee- of driedimensionaal zijn, bijvoorbeeld de binnenkant van een woning, ook als ze nog gebouwd moet worden (architect, aannemer, timmerman).

Wetenschappelijke opvatting
Vanuit de wetenschap wordt beelddenken niet erkend. Sommige wetenschappers stellen dat het denken van de mens altijd gepaard gaat met taal. Taal is een belangrijk gereedschap om ingewikkelde zaken te overdenken. Sommige wetenschappers menen dat dit in de vorm van beelden niet mogelijk is.

bron: wikipedia.nl

zondag 10 oktober 2010

Nationale Dyslexie Conferentie in teken van vernieuwingen

In de diagnostiek, begeleiding en behandeling van dyslexie zijn de afgelopen jaren grote stappen vooruit gezet. Bij vroegtijdige erkenning hoeven kinderen door deze functiebeperking niet meer voor hun leven op achterstand te worden gezet. Omdat de ontwikkelingen rond dyslexie zo snel gaan, vindt op 13 oktober de Nationale Dyslexie Conferentie plaats. Belanghebbenden uit het onderwijsveld en de zorg kunnen daar hun kennis bijspijkeren en inspiratie opdoen.

Ongeveer tien procent van de leerlingen heeft lees- en spellingproblemen, vier procent heeft te maken met ernstige, enkelvoudig dyslexie. Op de conferentie belichten sprekers uit de wetenschap, de onderwijspraktijk en de zorg hun visie en inzichten. Bijvoorbeeld over de biologische oorzaken van dyslexie en over het tien jaar durend longitudinaal onderzoek naar de ontwikkeling van deze leerstoornis. Daaruit blijkt o.a. dat zwakke leesvaardigheid van ouders als een voorspellende indicator kan worden gezien. Als kleuters achterblijven in letterkennis of niet snel kleuren en plaatjes kunnen benoemen, kan ook dat een indicatie zijn voor het ontwikkelen van dyslexie.


Andere deskundigen spreken over de voortschrijdende kennis van de sociaal-emotionele impact en maatschappelijke gevolgen van dyslexie, over de ervaringen met de eerste anderhalf jaar vergoedingsregeling behandeling in de zorg, over protocollen en interventies, over nieuwe screeninginstrumenten en de oogst van acht jaar Masterplan Dyslexie, het door het ministerie van OCW gesubsidieerde stimuleringsproject. Ook regelgeving en nieuwe gegevens uit onderzoeken naar de effecten en toepassingen van (nieuwe) ICT-hulpmiddelen komen aan de orde. Tweede Kamerlid voor de VVD Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink, woordvoerder onderwijs, zal betogen dat goed kunnen lezen een basisvoorwaarde is voor maatschappelijke participatie. Maatwerk in onderwijs is voor de VVD essentieel om ieder talent tot zijn recht te laten komen.


Op de conferentie is extra aandacht voor dyslexie-ICT. Er is immers een breed scala van hulpmiddelen beschikbaar. Het gaat daarbij niet alleen om ICT, ook studiemateriaal en boeken moeten worden aangepast. Drie van de vier leerlingen met dyslexie die ernstige problemen op school hebben, kunnen die problemen oplossen als ze een hulpmiddel gebruiken. Dat blijkt uit een recente peiling onder leerlingen en studenten met dyslexie en hun ouders. Ruim veertig procent ondervindt flinke problemen met het volgen van school of studie, zes procent zegt school of studie eigenlijk niet aan te kunnen. Deze percentages zakken naar respectievelijk tien en anderhalf bij gebruik van een ICT-hulpmiddel.


De Nationale Dyslexie Conferentie wordt gehouden op 13 oktober in het Beatrix Theater in Utrecht. Voor meer informatie over het programma en de sprekers zie:
www.lexima.nl/dyslexie-webshop/conferentie/nationale-dyslexie-conferentie-2010.

Bron:Lexima

maandag 5 juli 2010

digitale boekbestanden voor schooljaar 2010-2011

digitale boekbestanden voor schooljaar 2010-2011

Als u uw boeken voor de zomervakantie bestelt bij Injona, kunt u ze digitaal beschikbaar hebben voor de eerst week van het nieuwe schooljaar. wij zorgen dat uw digitale bestanden de eerste week van het nieuwe school in huis hebben.

Digitalen boeken

Sinds afgelopen schooljaar de wet Gratis Schoolboeken is ingevoerd zijn scholen ook verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van aangepaste schoolboeken, bijvoorbeeld voor leerlingen met een leesbeperking zoals dyslexie. Aangepaste schoolboeken bestaan uit een digitaal bestand op een CD-rom en kunnen beluisterd worden met behulp van ICT-software op een laptop of computer. Deze digitale bestanden worden onder andere gebruikt als content voor ICT-software als Kurzweil 3000, Sprint/Sprint Plus en Claroread. Deze aangepaste manier van leren kan uw dyslectische kinderen of leerlingen veel cognitieve ontwikkelingskansen opleveren. Injona digitaliseert boeken op aanvraag voor alle lagen van het onderwijs, dus zowel voor basis-, middelbaar als hoger en wetenschappelijk onderwijs. Er is geen beperking met betrekking tot het aantal beschikbare titels. U kunt bij Injona terecht voor het omzetten van een boek of ander tekstbestand naar een PDF- of KES-bestand. Injona werkt voor scholen en instellingen, maar zeker ook voor particulieren.

Lees hier verder

maandag 28 juni 2010

Dyslexie kan je raken!

Margreet zit in groep 4 van de basisschool. Was ze in groep 1 en 2 een intelligente, vrolijke en stoere kleuter, in de loop van groep 3 verandert dit. Ze heeft aanvankelijk veel zin in het leren lezen en schrijven maar als haar klasgenootjes links en rechts inhalen, verzucht ze: ‘Ik ben gewoon hartstikke dom!’

In groep 4 krijgt ze steeds vaker lichamelijke klachten: hoofdpijn en buikpijn. Margreet vertoont somber, angstig en weigerachtig gedrag en gaat met tegenzin naar school. Op school trekt Margreet zich steeds verder terug, laat ze nauwelijks van zich horen, maar thuis lijkt ze zich te ontladen. Ze kan woedend reageren op heel kleine tegenvallers. De school van Margreet geeft het advies haar te laten onderzoeken. Uit onderzoek blijkt dat sprake is van ernstige dyslexie.

Na vier maanden van intensieve behandeling nemen de klachten van somberheid en angst af, evenals de hoofd- en buikpijnklachten. Margreet krijgt grip op het lezen en schrijven, gelooft in zichzelf en haar behandelaar: ‘We gaan het samen redden!’ Een jaar later is het spellingniveau van haar op het niveau van haar leeftijdsgenoten.

Dyslexie is meer dan een technisch probleem
De docent Frans merkt op dat Sjoerd (3-VWO) echt beter zijn best moet doen:
‘Iedereen kan woordjes leren!’ Als Sjoerd aangeeft dat dit voor een leerling met dyslexie een hele opgave is, krijgt hij als antwoord: ‘Dyslexie, da’s een hype; wie heeft er tegenwoordig geen dyslexie?’ Sjoerd laat zich op school zien als een drukke, clowneske, vrolijke jongen.

In de thuissituatie zien zijn ouders dat hij veel studeert, lang bezig is, maar meer moeite krijgt met de leerstof vanwege de toenemende abstractiegraad en langere teksten. Het Engels is voor Sjoerd een nauwelijks te leren taal; de Franse taal gaat iets beter, maar houdt ook niets over. Sjoerd vertelt op school niet dat hij zo lang bezig is met zijn werk voor school. ‘Ik wil in niets anders zijn dan mijn klasgenoten, maar het wringt wel! Dyslexie blijkt opnieuw meer dan een technisch probleem.

Dyslexie kan je raken; het kan gevoelens veroorzaken van schaamte, boosheid, angst en onzekerheid. Het is van belang dat een diagnose zo vroeg mogelijk gesteld wordt en een professionele behandeling wordt gestart. Dyslexie gaat overigens vaak gepaard met andere problematiek; ongeveer 25% van de leerlingen met dyslexie heeft eveneens een aandachtstekortstoornis (ADD/ADHD).

Bron: OCRN

maandag 29 maart 2010

'Raders lezen beter Engels dan spellers'

Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat sommige leerlingen met dyslexie beter Engels lezen dan verwacht. Dat komt omdat zij radend lezen; een leesstrategie die effectief is voor een taal met een onregelmatige schrijfwijze. Voor het schrijven in het Engels geldt dit positieve effect niet.
Je kunt leerlingen met dyslexie grofweg indelen in twee groepen: we noemen ze voor het gemak de spellers en de raders. De groep van spellers blijft spellend lezen en slaagt er niet in om hele woorden te overzien. Deze leerlingen lezen daardoor ook langzaam, maar maken niet extreem veel fouten.
De groep van raders slaagt er juist niet in om letters te verklanken en aan elkaar te plakken. Deze kinderen vallen direct uit bij het leren lezen op de basisschool. Ze gebruiken een andere strategie om toch het lezen onder de knie te krijgen: ze benutten de context en de beginletters en ze raden het hele woord. Deze leerlingen lezen sneller, maar maken wel veel fouten.
Uit het onderzoek blijkt dat de raders beter Engelse woorden kunnen lezen dan de spellers.


Engels versus Nederlands
Alle leerlingen met dyslexie hebben moeite met leren lezen. Maar we leren in het Nederlands lezen volgens de methode van hakken en plakken. Je spreekt elke letter los uit en plakt de klanken aan elkaar om het woord te lezen. Dat werkt prima voor een regelmatig gespelde taal als het Nederlands, maar voor het Engels gaat het niet.
In het Engels kun je dezelfde lettercombinaties heel anders uitspreken ( have – slave), en dezelfde klanken kun je heel anders schrijven ( meet – meat). Spellend lezen is dan niet effectief, maar radend lezen wel! Soms gaat het lezen in het Engels voor raders zelfs beter dan in het Nederlands, omdat de nadruk op het spellen wegvalt.
Uit het onderzoek bleek ook dat, hoewel de raders het beter doen met lezen van het Engels, je geen positieve effecten ziet bij het schrijven. Engels schrijven is voor alle leerlingen met dyslexie een enorm probleem. Dat is ook wel te begrijpen, want je schrijft natuurlijk ook letter voor letter.



Bron: Rijksuniversiteit Groningen , februari 2009
(gebaseerd op een onderzoek van Joyce Haisma)

donderdag 11 maart 2010

Injona helpt bij dyslexie



Onlangs is na lange tijd van voorbereiding en innovatie Injona gelanceerd. Injona helpt kinderen en volwassenen die kampen met lees- en leerproblemen als dyslexie, of werken met speciaal voor hen ontworpen software. Bestaande digitale bestanden of tekstbestanden - als verslagen, werk-stukken en lesmateriaal - worden geconverteerd naar goed bruikbare digitale boek-bestanden. Zie Folder van Injona.